Relatietherapie: Hoe krijgt u wilskrachtige kinderen?

/ Edward Koldewijn

In onze relatietherapie en gezinsbegeleiding geven ouders regelmatig aan dat ze ontevreden zijn over de wilskracht en discipline van hun kinderen. Sommigen geven ronduit toe dat ze de kinderen verwend hebben en nu op de blaren zitten. Veelal veroorzaakt dit spanning binnen de relatie omdat er een verschil van inzicht is over wat de kinderen wel en niet mogen krijgen. De één is guller dan de ander.

Uitspelen door kinderen en relatiepatronen

Kinderen spelen dit verschil uit door materiële zaken aan de gulle ouder te vragen. Vervolgens verwijt de strikte ouder de vrijgevige ouder dat deze de strikte zo in een kwaad daglicht zet. De  vrijgevige ouder, die het kind niet wilde teleurstellen, heeft nu een teleurgestelde partner en voelt zich vaak zwak en schuldig. Bij een repeterend patroon gaat de gulle ouder een liefdevoller gevoel krijgen bij het vragende kind dan bij de beschuldigende partner: de loyaliteit verschuift.

De band tussen de gulle ouder en het vragende kind wordt steeds hechter. De strikte ouder komt op afstand te staan. Deze ziet, om de eenzijdige hechte band te doorbreken, vaak geen andere optie dan ook overdreven te gaan geven. Of de strikte ouder haakt af en voelt zich dan minder welkom en gewenst en gaat mopperend naar andere afleidingen zoeken om liefde binnen te halen. Deze ouder verliest zich nog weleens in werk, een buitenechtelijke relatie of een verslaving.

Wat is wilskracht?

Volgens onze definitie is wilskracht dat wat nodig is om van een niet gewenste situatie te komen tot een gewenste situatie. “Ik heb geen paard. Ik wil een paard. Wat moet ik doen om een paard te krijgen?” Het door ouders snel waarmaken van de door het kind gewenste situatie, leert het kind niet om zelf vol te houden. Om iets vol te houden heeft het kind discipline nodig: “Ik ga elke dag bij het ontbijt vragen om een paard.” Dat is al een mooie vorm van discipline.

Als wij discipline omschrijven als doorzettingsvermogen dan hoort daar nog iets wezenlijks bij: het omgaan met tegenslagen. Het volhouden ondanks tegenslagen is namelijk iets dat ieder mens in zijn leven moet leren. Dit is tevens een veel prettiger discussiepunt met kinderen. Als mijn ouders me gevraagd zouden hebben of ik wat gedisciplineerder kon zijn, zou ik ook niet warm lopen. Hadden ze mij daarentegen de vraag gesteld hoe ik mijzelf wilde trainen om te leren omgaan met tegenslagen, dan hadden wij een heel ander gesprek gehad.

Richtlijnen

Voor het kweken van wilskracht bij hun kinderen moeten ouders twee sporen bewandelen:

  • Een gesprek voeren tussen de ouders over wat men van elkaar verwacht in de opvoeding. Willen weten waarom het teleurstellen van het kind zo lastig is voor de gulle ouder. Willen weten waarom discipline zo belangrijk is voor de strikte ouder. Veelal zitten daar onbesproken verhalen over familiewaarden achter.
  • Een gesprek voeren met de kinderen over het leren omgaan met tegenslagen en het kweken van wilskracht alsof het een spier is die getraind moet worden. Van daaruit kunnen projecten gekozen worden waarin het kind kan leren. Idealiter weet het kind nu dat het weigeren om te geven niet bedoeld is om het kind af te wijzen of dwars te zitten, maar dat de ouders de mogelijkheid geven om wilskracht te kweken.

Wilskracht trainen

Wat al een lastige opdracht is, is om te ontdekken waar het kind warm voor loopt. Zeker bij voorwaardelijk bevestigde kinderen. Je moet eerst als kind iets goed doen in de ogen van je ouders voordat zij je liefhebben. Deze kinderen hebben niet geleerd hun eigen gevoelens waardevol te vinden. Ze weten gewoonweg niet wat hen drijft. Het is dan goed om als ouder mee te gaan in het gesprek. Welk absurd voorstel het ook is. Wil een kind een Lamborghini op zijn veertiende? Prima! Laat het kind onderzoek doen en ontdekken wat er voor nodig is om het racemonster voor de deur te krijgen. Laat hem gesprekken voeren, grootouders lastig vallen, eigen spullen verkopen. Allemaal prachtig. Corrigeer als ouder niet het  absurde doel maar complimenteer de mooie weg ernaartoe. Wie weet hoe ver hij komt?

Het gewenste doel kan tevens iets zijn dat in het verlengde ligt van de opvoeding: “Ik wil op hockey.” Laat het kind ook dan onderzoeken wat het kost, hoe hij dat geld bij elkaar krijgt, wat de consequenties en verantwoordelijkheden zijn van de keuze en wat er moet gebeuren als hij er mee willen stoppen. Laat hem zelf de gesprekken voeren met teamgenoten en de trainer. Haal geen verantwoordelijkheden bij het kind weg die het zelf behoort te dragen. Evalueer het proces later zonder te oordelen. Heb het daarbij niet direct over te weinig wilskracht, maar over wat het kind aan het vooronderzoek heeft gemist waardoor hockey blijkbaar een verkeerde keuze was. Wat viel er tegen? Hoe is het kind met die tegenslagen omgegaan? Wat heeft het kind hieruit geleerd? Het leren is belangrijk voor het kind, niet het doel. Ook al had vader of moeder graag gewild dat het kind op hockey bleef.

Een familievermogen en een bijbaantje

Bij welgestelde families voelt het voor ouders soms krom om kinderen voor zeer weinig loon te laten werken voor hun doel. “Ze moet 2,5 jaar werken en sparen voordat zij genoeg heeft voor een paard. En dan heb ik het nog niet over het onderhoud, zadel en de kosten van de manage.” Wat dan nog wel eens gebeurt, is dat een ouder na een half jaar over het hart strijkt en het verschil aanvult. Weg is de trots van het kind. Sterker nog, het kind leert hiervan dat het niet hoeft te werken. Een aanzet en wat piepen is genoeg.

Mijn tip: werk met multipliers. “Als je naast het vakkenvullen deze maand ook onze auto’s wast, verdubbel ik het geld dat je deze maand gespaard hebt.” “Als je het gras maait, doe ik er 10% van je gespaarde geld bij.” Het kind houdt zo zijn trots en leert dat vakkenvullen nog steeds loont. Erg goed zelfs.

Wat in mijn ogen belangrijk is, is dat het leert dat vakkenvullen niet alleen geld verdienen is. Het kind leert een bedrijf kennen dat procedures heeft waar het zich aan moet schikken. Er is een sociale gemeenschap met collega’s waartoe het zich moet leren verhouden. Er wordt gesjanst en gedatet. Het kind leert dat er kinderen zijn die geen ouders hebben die multipliers gebruiken. Het kind leert zich te verhouden in een maatschappij waarin  het ontdekt dat het in een bevoorrechte positie zit. Dat een familievermogen niet gewoon is. Wat een rijkdom is dat!

Meer hierover lezen?

http://www.bol.com/nl/p/wilskracht/1001004011833432/

 

Relatietherapeut Edward Koldewijn, Relatietherapie Amsterdam, Mediation bij Familieconflicten